|
Negen graden wijst het thermometertje aan de staander van de veranda aan. Kwart over acht op een donderdagavond, de lucht boven de akkers achter het huis is al helemaal zwart. Marloes trekt haar vest dichter om zich heen, drukt op een knop naast de schuifpui en kijkt omhoog. Binnen een paar tellen gloeit er boven de tafel een rood streepje op. “Zo,” zegt ze. “Nu kunnen we praten.” Zij en haar man Bart wonen sinds 2017 aan de rand van Boekel, op een plek waar je bij helder weer de kerktoren ziet en bij westenwind de straaljagers van Volkel hoort. Hun tuin is groot en vlak, met aan de achterkant een sloot en daarachter maïs, of wat er nu nog van over is. Dit voorjaar kwam er een veranda tegen het huis aan: een houten constructie met een glazen dak, zes meter breed. Een veranda met één draadje“We hadden alles bedacht,” zegt Bart. “De kleur van het hout, de goot, waar de loungebank moest staan. Alleen niet de stroom.” De aannemer had één lampaansluiting aan de gevel laten zitten. Daar hing in juni een snoer met een lichtslinger aan, en dat voldeed prima zolang het om tien uur ’s avonds nog licht was. In september begon het te knagen. De avonden werden korter en frisser, en de veranda waar ze zoveel geld in hadden gestoken stond om acht uur leeg. Bart had al een staande terrasheater op gas gekocht, maar die vond Marloes onder een glazen dak geen fijn idee, en hij stond in de weg. Warmte van bovenVia een collega van Bart, die in Venhorst woont, kwamen ze bij een elektricien Boekel terecht. Die kwam op een zaterdagochtend kijken, liep een paar keer onder de veranda heen en weer en stelde vooral vragen. Waar zitten jullie meestal? Hoe hoog is de balk? Wil je de warmte op je benen of op je schouders? Het werd een elektrische infraroodstraler aan de dakbalk, schuin gericht op de plek waar de bank en de tafel staan. Zo’n straler verwarmt niet de lucht maar wat hij raakt, legt Marloes uit, en daarom is de richting belangrijker dan het vermogen. Hij hangt op ruime afstand van het glas. Omdat een straler flink wat stroom trekt, kreeg hij een eigen groep in de meterkast, zodat de koffiezetter in de keuken niet uitvalt als iemand buiten de warmte aanzet. Dat laatste was overigens precies wat er de eerste keer met het verlengsnoer van de lichtslinger gebeurde, geeft Bart toe. Licht dat je zachter kunt zettenDe lichtslinger is weg. In de goot en langs de onderkant van de dakbalken zit nu een ledstrip, met binnen naast de schuifpui een dimmer. De elektricien Boekel wees erop dat niet elke dimmer met elke ledverlichting overweg kan, en dat je dan een zoemend of knipperend lampje krijgt. Daar hadden ze geen idee van. Er zitten ook twee buitenstopcontacten aan de staanders, een voor de muziek en een voor wat er ooit nog bijkomt. De kabels lopen weggewerkt langs de achterkant van de balken en door een sleufje in de staander. Wie niet weet dat ze er zitten, ziet ze niet. Daar was Marloes het strengst over. Half negen, nog buitenDe straler zoemt zacht. Het licht staat op een kwart, net genoeg om elkaars gezicht te zien en de wijnglazen niet om te stoten. Boven het glazen dak hangen een paar sterren, aan de overkant van de sloot blaft ergens een hond. “Vorig jaar zaten we nu binnen op de bank met de tv aan,” zegt Bart. Marloes zet de straler na twintig minuten uit en laat het licht aan. Het is warm genoeg, vindt ze, zolang je je jas niet uitdoet. |
Een veranda in Boekel waar je in oktober nog buiten zit
- Bedrijven
- Gepubliceerd door Blankenemmen
